Zo maak je je eerste choreografie: kies een anker (een gevoel, een concept of gewoon het nummer), zet één move neer per vier tellen, en ga dan terug om de overgangen in te vullen. Eerst een skelet, dan invullen: zo werken ervaren choreografen, en het maakt van het intimiderende lege vel twee behapbare rondes. Je hebt geen grote woordenschat nodig, geen originele moves, en het stuk hoeft niet lang te zijn. Een eerste choreografie van vier achttellen die je echt afmaakt, leert je meer dan een ambitieuze die je laat liggen. Hieronder het proces van anker tot afgerond stuk.

Begin met een anker

Elke choreografie heeft een anker nodig: een gevoel, een concept, een verhaal of gewoon het nummer zelf. Het klinkt abstract, maar het is het meest praktische hulpmiddel dat je gaat gebruiken, want elke beslissing daarna, snel of langzaam hier, scherp of zacht, omhoog of omlaag, toets je eraan. Zonder anker zet je willekeurig moves achter elkaar en dat zie je; met een anker oogt zelfs simpele beweging bewust gekozen.

Leer daarna de opbouw van je nummer voordat je ook maar één tel choreografeert. Zet het op repeat, tel de achten en markeer waar de accenten, opbouwen en drops vallen. Choreografie is een gesprek met de track, en je kunt geen gesprek voeren met muziek die je maar half kent. Is muziek tellen nieuw voor je, begin dan met de basis in Zo dans je op de beat.

De methode in twee rondes

Ronde één: het skelet. Zet één move neer per vier tellen, meer niet. Varieer een beetje in richting, niveau of snelheid om het nummer te volgen. In dit tempo vraagt een stuk van 30 seconden maar zo'n 15 beslissingen, en dat is een hoeveelheid die een beginner echt kan afmaken. Leg je belangrijkste accenten en vormen op de momenten die de muziek benadrukt.

Ronde twee: het invullen. Ga terug en verbind het skelet: overgangen, adem, gewichtsverplaatsingen. Hier zit de flow. Een stuk ziet er hortend uit als er niets doorloopt tussen de poses. Laat energie door je lichaam reizen tussen de vormen: een armbeweging loopt door in je ribben of benen voor de volgende pose, in plaats van abrupt te stoppen waar hij begon. Overgangen zijn echt het moeilijkste deel van choreograferen, moeilijker dan de moves zelf. Verwacht dus dat deze ronde langer duurt dan ronde één, en zie dat als normaal, niet als teken dat je het verkeerd doet.

Waar komen de moves zelf vandaan? Overal. Verzamel specifieke moves die je mooi vindt van choreografen die je volgt, leen uit videoclips van het nummer dat je gebruikt, haal dingen uit lessen die je hebt gevolgd. In een eerste stuk zit de originaliteit in wat je kiest en in je overgangen.

Gebruik beperkingen om ideeën te krijgen

Grenzen leveren meer ideeën op dan vrijheid. Geef jezelf een centraal motief of een fysieke beperking, zoals alleen ronde bewegingen, armen in één vlak, of alles in één richting verplaatsen, en het stuk begint zichzelf te schrijven. Elke beperking maakt van "alles kan" een puzzel die je kunt oplossen. Zonder muziek werken helpt ook: improviseer op een simpele opdracht (een vorm om te tekenen, een tempowissel, een stemming) en haal uit het resultaat materiaal. En voelt het raar om voor jezelf te choreograferen, doe dan alsof je het stuk maakt voor iemand anders om op te voeren. Die afstand in je hoofd maakt het veel makkelijker om het materiaal objectief te beoordelen.

Voor snelle stukken is het goed om te weten dat onderverdelen bestaat: tellen met "1 e en a" geeft je vier landingspunten per tel. Zo passen choreografen drukke passages in die met gewoon tellen niet te vangen zijn. Een eerste stuk heeft het niet nodig, maar als je weet dat het bestaat, voelt snelle muziek niet meer onmogelijk.

Maak het af, film het, leer het aan

Loop het afgemaakte stuk door en film het. Als je de opname terugkijkt, zie je welke overgangen overkomen en welke verdwijnen, veel eerlijker dan in de spiegel. Leer het daarna als het kan aan iemand: een vriend, een broer of zus, een camera die doet alsof hij een leerling is. Als je je eigen beweging hardop uitlegt, wordt hij weer echt van jou, en zie je elk gat dat je tijdens het drillen hebt weggemoffeld.

Choreografie maken betaalt zich ook terug in alles wat je verder als danser doet. Door je eigen stukken te maken, leer je de taal van je stijl van binnenuit kennen. Je gaat beweging horen in zinnen in plaats van losse moves, en choreografie van anderen pik je ineens makkelijker op. Het onthouden van choreografie komt aan bod in Zo onthoud je een choreografie, en het improvisatievermogen dat ronde één voedt, groeit het snelst met de oefeningen in Freestyle dansen voor beginners.

Veelgestelde vragen

Hoe maak ik voor het eerst een choreografie?

Kies een anker (een gevoel, een concept of het nummer), leer de opbouw van de track door de achten te tellen en de accenten te markeren, en bouw dan in twee rondes: eerst een skelet van één move per vier tellen op de momenten die de muziek benadrukt, daarna een invulronde die ze verbindt met overgangen, adem en gewichtsverplaatsingen. Houd het kort: vier achttellen die af zijn, zijn beter dan zestig seconden die je laat liggen.

Moeten de moves in mijn choreografie origineel zijn?

Nee. Verzamel moves van choreografen die je bewondert, uit videoclips en uit lessen. Kiezen en verbinden is waar een stuk van jou wordt. De overgangen tussen moves zijn zowel het moeilijkste deel als het deel dat jouw handtekening draagt, dus steek je originaliteit daarin in plaats van in het bedenken van nieuwe stappen.

Waardoor ziet choreografie er vloeiend uit in plaats van robotachtig?

Door wat er tussen de poses gebeurt. Robotachtige stukken springen van vorm naar vorm zonder dat er iets doorloopt; vloeiende stukken laten energie door het lichaam reizen tussen de vormen en choreograferen de overgangen net zo zorgvuldig als de poses. Ziet je stuk er hortend uit, verander dan niet de moves, maar ga terug en choreografeer wat er tussen de moves gebeurt.